Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Maand: oktober 2021

#58 Stresscontrole en Koud water zwemmen: It’s all in the Mind!

De training van je brein bij koud water zwemmen stelt je in staat beter met stress om te gaan.
Koud zwemmen is een heel natuurlijke manier van trainen in het omgaan met stress.
In het koude water stappen is als een brandwondje op de huid, het is altijd  een belasting voor het lichaam. Dat geeft een stressreactie (mentaal en fysiek).
Maar “stress is niet wat er met je is gebeurd, maar HOE je het waarneemt”.
Voor ons lichaam is het koude water zelf (als stressfactor) niet het probleem, maar de manier, het mechanisme om het stress-effect op het lichaam te verwerken.
Het is geen toeval dat zwemmen in koud water steeds vaker wordt gebruikt in de strijd tegen depressie, stress en angsten. Tijdens het zwemmen trainen we de middelen van het lichaam die ons in staat stellen om met stress om te gaan.
Hoe verloopt dit proces fysiologisch?
De somatische ervaring wordt gecodeerd in het brein en omgezet in het GO – NO GO-commando in de basale ganglia.
De basale ganglia zijn een groep neuronen (ook wel kernen genoemd) die zich diep in de hersenhelften van de hersenen bevinden. De basale ganglia zijn voornamelijk betrokken bij het verwerken van bewegingsgerelateerde informatie. Ze verwerken ook informatie met betrekking tot emoties, motivaties en cognitieve functies.
Het cruciale punt is: welke kant gaat de stressreactie op? Via het indirecte pad of via het directe pad van de basale ganglia?
Optie 1. Het energieproces volgt een indirect pad.
In dit geval wordt het striatum geactiveerd, wat leidt tot de koppeling van de visuele en somato-sensorische cortex van de hersenen.
Dit deel ligt in het voorste gedeelte van de hersenen, waar somatische (lichaams) informatie wordt verwerkt. Dit omvat tast-, pijn-, temperatuur- prikkels.
Het resultaat is dat we tijdens het zwemmen ons verblijf in het koude water visueel en met de huid kunnen controleren. We letten op hoe wonderbaarlijk het wateroppervlak verandert, reageren op de schittering van de zon in het water, gefascineerd raken door meeuwen, voelen de brandende koelte van het water op de huid, enz.
Het zwemmen zelf, de verscheidenheid aan bewegingen leidt niet tot vermoeidheid en spierbelasting. Integendeel, na verloop van tijd neemt een gevoel van opgewektheid, een golf van kracht en lichtheid toe, naarmate de hormonen (dopamine, norepinefrine, serotonine) worden geactiveerd.
Serotonine werkt als een energiehormoon, een hormoon van vreugde. In dit geval scheidt de amygdala de energietoestand als veilig. In koud water voelen we ons zelfverzekerd, kalm en anticiperen we op meer energie tijdens het zwemmen.
Optie 2. Het energieproces volgt een direct recht pad.
Wanneer iemand bang is terwijl hij in koud water gaat ervaart hij een niet vrijwillige stress.
De stress-energie gaat via een directe weg van de basale ganglia en wordt omgezet in eenvoudige motorische acties. Als gevolg hiervan voel je een angst en angst, die wordt verergerd door verschillende associaties in de hersenschors: “Ik heb het koud … je kunt longontsteking krijgen, en als ik verdrinken “, etc.
Een persoon bevindt zich in een homeostatische onbalans en heeft geen gevoel van lichaamsenergie. In dit geval hoopt vermoeidheid zich snel op.
Bij elke volgende beweging van het lichaam neemt de belasting van de spieren toe, gaat de inspiratie verloren en neemt het bevende pad de controle over een lichaam over.
Het gevoel van kou dringt steeds meer door het lichaam. Het verlangen om uit het water te komen is overweldigend. Het lichaam is uiteindelijk niet bestand tegen de stressvolle effecten van koud water.
Conclusie: door meerdere keren het indirecte pad te oefenen geven we het brein de mogelijkheid om meer het indirecte pad te vinden en daarmee anders met de stress om te gaan. En juist het kijken, ruiken en ervaren van de huid en de omgeving versterken je kracht in het omgaan met stress. En bij de uiteindelijke beheersing zorgen de hormonen weer voor een fijn gevoel.
It’s all in the Mind!
Reageer

#57 #DTV Durf te vragen vanuit nieuwsgierigheid.

Durf te vragen vanuit nieuwsgierigheid. Wat houdt je tegen? Soms is het je omgeving die het niet waardeert en op sommige momenten nemen andere gedachten en behoeften je in beslag.

 

Vroeger als kind was je veel nieuwsgieriger en stelde je veel vragen. Durven we als we wat ouder zijn dat minder?

 

Nieuwsgierig zijn helpt bij durven. Het brein houdt van nieuwigheden. Bij het waarnemen van nieuwigheden komt dopamine vrij: een beloningsfactor voor het brein. Het zoeken naar iets nieuws geeft al vaak voldoende dopamine, het behalen van het resultaat is daarvoor niet noodzakelijk. Door nieuwsgierigheid wordt het werk leuker, kunnen verbeteringen plaatsvinden en wordt het leven aantrekkelijker. Daarbij neemt nieuwsgierigheid oordelen weg; die kunnen beperkend zijn voor verandering van gedrag. Nieuwsgierigheid beïnvloed de perceptie en zal een motiverende factor zijn bij durven.

 

“Durven heeft ook te maken met herkaderen. Nieuwsgierigheid helpt daarbij. Dat wekt dopamine op en dat werkt onmiddelijk. Dopamine is zó lekker voor de hersenen…! Nieuwsgierigheid is één van de fijnste competenties om mensen in te trainen. Voor een training geef ik ze dan bijvoorbeeld de opdracht om drie dingen te beschrijven op de weg hierheen die ze niet eerder gezien hadden. Dan moeten ze een andere weg nemen dan ze gewoon zijn en goed registreren wat ze zintuiglijk ervaren. Dat werkt altijd. Mensen vinden dat ook leuk, zo’n mini-experiment. Ze leren zo hoe fijn het is om onbevangen rond te kijken. Zelf heb ik Kiksvoorniks; ik word blij van stickers, graffiti of spreuken in de openbare ruimte.” (citaat uit mijn interview met Martijn Kagenaar voor Happy Fuel)

 

Momenteel voer ik een opdracht bij de Hogeschool Leiden de “Kritische Blik” uit. Een programma waar studenten leren om kritisch te lezen en niet zomaar iets aan te nemen. Daar merk ik dat het digitaal lesgeven het vragen stellen zeker niet bevordert. Ik kan me voorstellen dat, er voor deze studenten moed nodig is om nieuwsgierig te kunnen zijn of te doen. Soms omdat je iets niet helemaal snapt of om überhaupt in een werkcollege het woord te nemen. Je moet als student moedig zijn om door te vragen vanuit nieuwsgierigheid en je niet stom te voelen wanneer iemand je vragen of ideeën niet begrijpt. Of de vragen niet belangrijk vindt.

En als je je vergelijkt met andere studenten lijkt het dat anderen sneller het snappen terwijl jij nog veel vragen hebt. Gewoon omdat je wil weten. Vaak lijken antwoorden best wel logisch of goed uitgelegd. Toch kun je nog meer vragen hebben.

Gewoon uit nieuwsgierigheid.

Dan is het moeilijk om niet te denken dat het aan jou ligt. Misschien denk je dat je teveel doordenkt of juist niet goed op hebt gelet… je gaat pas iets vertellen of vragen wanneer je het antwoord bijna zeker weet. Ook zie je als student dat een docent soms ook geen vraag verwachten. Gewoon omdat dat te weinig gebeurt of dat zij zichzelf de vraag hebben gesteld.

Dus wat doe je dan? Niet durven toegeven dat je iets (nog) niet begrijpt en niet om hulp vragen. Dit houdt je tegen in je nieuwsgierigheid te ontwikkelen. Zo wordt je vanzelf steeds minder nieuwsgierig. En ontbreekt de lol die je kunt hebben van nieuwsgierigheid.

 

Nieuwsgierigheid kun je hervinden! Het helpt als ouders, docenten en leidinggevenden juist vrijheid en vertrouwen geven om nieuwsgierig gedrag te vertonen. Verder kan een verandering van je omgeving kan juist ook weer de nieuwsgierigheid prikkelen. Los van normale verplichtingen die je gewend bent. Nieuwe prikkels dagen je uit om dingen te doen die je eerder niet durfde. Nieuwsgierigheid kan door anderen en gebeurtenissen geprikkeld worden maar hoe tof zou het zijn om bewust je eigen nieuwsgierigheid te volgen.

 

Geef jezelf eens in de zoveel tijd een flinke schop onder je kont!

Ga een nieuwe uitdaging aan! Zoek een nieuwe omgeving, verrassingen, ervaringen, inzichten en inspirerende prikkels! 

Reageer