Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Tag: Durf

Boek review ‘One Day’ van Tabe Ydo: Durven is hart-werken!

Tabe Ydo heeft na een persoonlijke zoektocht van 30 jaar geleerd  in wat je nodig hebt om je leven in 1 dag naar de next level te tillen.  Zijn aanpak is tijd toe te voegen aan je dag en maximaal te leven.
In zijn boek “One Day” beschrijft de aanpak en onderbouwt het met zijn ervaringen en input uit diverse onderzoeken.
Wat haal ik er voor mezelf uit?
In ieder geval veel mooie spreuken. Bijvoorbeeld: “Het slechte nieuws is: de tijd vliegt. Het goede nieuws  is jij bent de piloot!” (Michael Althsuler). Ydo stelt dat de dood misschien wel het grootste goed is dat er bestaat. Het zorgt ervoor dat de tijd op aarde kostbaar en bijzonder is. Neem de tijd niet voor lief. En hij stelt dat we dan daar ook maximaal van moeten genieten.
Hij gebruikt een formule: Uren aan je dag toevoegen + tijdsbeleving vertragen + jaren aan je leven toevoegen.
De vraag komt dan op of we niet moeten schakelen van “Alles uit het leven halen” naar “Alles in het leven stoppen?”
En hoe bijzonder is het dat IK op aarde ben en de kans krijg met een beperkte tijd!
De tijd nemen al is het maar 10 minuten, om even alles langs te laten komen, is cruciaal om de juiste beslissingen te nemen
Basis:
Werken aan een krachtige gezondheid door te bewegen, goed te slapen, bijtijds op te staan .
En:
Hart-werken: Hoe sneller je hartslag is, hoe sneller je je hart “verbruikt”. Hoe lager je hartslag, hoe langer je leeft.
Tabe Ydo in One Day: ” Hoe gezonder je cellen, hoe minder snel je ouder wordt. Ieder hart heeft een maximaal aantal hartslagen en OP=OP. ” en “Verlaag je je hartslag met vijf slagen per minuut, dan kan een vrouw bijvoorbeeld 2,6 en een man 2,9 jaar aan zijn leven toevoegen.”
Het hart staat direct in verbinding met ons brein. Door het pompen van het bloed stuurt het zuurstof, voedingsmiddelen en hormonen naar elke cel. De vaten zorgen voor het transport van het bloed. Dus hoe beter je zorgt voor je hart des te beter “Brain 7 Body” functioneren. Om te durven is deze krachtige basis nodig. Dan kun je vanuit kracht “wipwappen” op de wip tussen lef en durven en tussen snelheid en verlangzaming.
Goed zorgen voor je hart doe je door te bewegen (hoge intensiteit is beter), goed en gezond te eten, positief omgaan met belemmeringen en kansen en het oefenen daarbij van je diepe buikademhaling. (werkt goed met bij Koud water zwemmen!)
Reageer

Think and Grow Rich: Yes You Can! Nou……Je moet wel Durven…

Ik heb laatst ´Think and Grow Rich´ van Napoleon Hill gelezen. Het yes-you-can-gehalte is echt aanwezig in dit boek. Je leest veel praktische opdrachten en confronterende vragen. Het bevat een formule om je zelfvertrouwen op te vijzelen, tips om het onbewuste te beïnvloeden, gespecialiseerde kennis te vergaren, je verbeelding op te rekken, lichaamstaal te verbeteren, zakelijke kansen te ontdekken, doorzettingsvermogen te ontwikkelen, negatieve emoties weg te werken, enzovoort.
Je moet het alleen nog even durven en doen……
Interessant in het kader van durven is dat angst de tegenhanger is voor durven. Volgens Hill werkt de angst voor armoede verlammend op arme mensen.  En juist zien angst  juist als een aansporing om vermogen op te bouwen. En volgens Hill  begint rijker worden door te gaan denken zoals de rijken doen. Een andere mindset ten opzichte van angst dus. Aangevuld met een een doel, vasthoudendheid en een echte motivatie om je angst voor armoede om te turnen naar rijkdom.
Ik zie rijkdom en vermogen trouwens niet alleen in financieel kapitaal. Mijn rijkdom zit met name in het sociale kapitaal.
Emotioneel krediet door gul te geven en iets doen voor anderen waar het kan.
Hill (bron Wikipedia)
In “Think and Grow Rich” van Napoleon Hill staat moed en durf centraal als essentiële ingrediënten voor succes. Hill moedigt lezers aan om hun angsten te overwinnen en vastberadenheid te tonen in het nastreven van hun doelen. Door inspirerende voorbeelden van moedige individuen, zoals Henry Ford en Helen Keller, illustreert Hill hoe het overwinnen van angst en het nemen van risico’s leidt tot groei en prestatie. Hij benadrukt het belang van het durven uitdagen van conventionele denkwijzen en het volgen van je eigen intuïtie. “Think and Grow Rich” is een gids voor lezers die bereid zijn om buiten hun comfortzone te stappen en te streven naar persoonlijke en professionele groei.
Het zijn maar 6 stappen!
De eerste stap is een helder doel stellen. Concreet.
De 2e stap is jezelf de vraag te stellen wat je ervoor wilt doen of laten: niets is voor niets. Het kost je wat en het levert je iets op.
Vervolgens plan je een startdatum en maak je een duidelijk omschreven plan om je verlangen uit te voeren.
En begin er meteen mee, of je er nu klaar voor bent of niet.
Stap 5 is het daadwerkelijk beschrijven van wat je gaat doen in een leidraad of motto. Afsluitend lees je dit elke dag hardop voor het slapen gaan, en elke dag vlak na het opstaan.
Welke stappen heb ik zelf gemaakt buiten mijn comfortzone ?

Durven en Doen!

  • Bij het Jan Speijker Centrum voerde ik de administratie maar kon mij ook ontwikkelen als sociaal dienstverlener. Ik zette een spreekuur op, ik gaf schaatsles aan vluchtelingen…gewoon durven en doen!
  • Daarna ben ik groepsleider bij een instelling voor LVB jongeren en woonbegeleider voor Vluchtelingen geweest (zonder diploma of werkervaring) …. durven en doen!
  • Op mijn 30e mijn HBO diploma gaan halen in deeltijd ….durven en doen!
  • Bij arbeidsvoorziening een project opgezet om justitiële jongeren te bemiddelen naar werk, methodiek hiervoor ontwikkeld en 12 professionals aangestuurd… (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Overgestapt als Loopbaantrainer bij IBO … (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Een jaar in het VMBO lesgegeven …… (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • 11 jaar lesgeven, succesvolle projecten leiden, methodiek ontwikkelen, opleidingscoordinator Diemen… (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Als zelfstandige agressietrainingen geven … (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Werken voor de UvA … (zonder WO-diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Op mijn 54e volledig zelfstandig Bureau Voor Durf opgezet … (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Voorzitter en uiteindelijk directeur van een ondernemersvereniging OVZZ geworden … (zonder diploma of werkervaring) ….durven en doen!
  • Op mijn 57e gestart met Master Human Development …….durven en doen!
  • En nu een boek geschreven:….durven en doen!
Bonus:
Ik hou van mooie gezegden en uitspraken. Dit boek had er vele. Mooie uitspraken in het boek:
“Ik ben de meester van mijn lot, ik ben de kapitein van mijn ziel.”
“Je wordt wat je gelooft. Niet wat je hoop, wat je wenst, of wat je wilt. Je wordt waar je diep vanbinnen echt van overtuigd bent.“
“Ergens in onszelf hebben we een kracht die elke droom en ieder verlangen kan waarmaken. Het gaat erom dat je kracht ontdekt en leert te gebruiken.“
“Investeren in jezelf is de beste investering die je kunt doen.“
“Als je geen grote dingen kunt doen, doe dan kleine dingen op een geweldige manier.”
“Een van de oorzaken van falen is de gewoonte om op te geven bij tegenslag.”
“Als dat wat jij wilt goed voelt en je bent zeker overtuigd, doe het dan.”
“Het droom van groot succes begint met een droom”
“Onze enige beperking is onze gedachte.”
“Geloof is de belangrijkste alchemist van de geest.“
“Je bent wat je bent door de over gedachten die je gedrag aansturen.“
“Geloof is het startpunt van alle verloren.”
“De weg naar succes is de weg van jezelf ontwikkelen.“
“Zowel succes als komt voort uit gewoonten.“
“Een opgever wint nooit en een winnaar geeft nooit op.”
“Geen enkele leider is te druk om iets te doen wat er van hem wordt gevraagd in zijn rol als leider.”
“Voordat je de omstandigheden onder controle kunt hebben, moet je jezelf onder controle hebben.“
“Wanneer je in de spiegel kijkt, kun je beide je beste vriend als je grootste vijand tegenkomen.“
“Mislukking wint het nooit van door ontwerp.“
“Iemand die kans niet grijpt, moet genoegen nemen met wat er rest en anderen hun keuze hebben gemaakt.“
“De praktijk van ware wijsheid is nog steeds bescheidenheid.”
“Als je je door van anderen laat leiden, zul je nooit je hart volgen.“
“Ik vertel de wereld wat ik van plan ben, maar ik laat het eerst zien.”
“Wilskracht en verlangen vormen, indien ze goed worden gecombineerd, een onoverwinnelijk team.”
“Succes begint met verlangen.”
“Transformatie een verandering in je hart, niet in je hoofd.”
“Angst is een mindset – niets meer van minder.”
“Pessimisme leidt tot vergiftiging van jezelf en tot een slechte gemoedsgesteldheid.“
“Kritiek is de enige vorm van dienstverlening die iedereen in overvloed heeft.“
Reageer

#72 Boektip: ‘Met de Ziel onder je arm’ Durf je wankelmoedig te zijn?

Wie met zijn of haar ziel onder de arm loopt, loopt doelloos rond of zit te lanterfanten. De betreffende persoon heeft niet zoveel te doen en verveelt zich. Hij of zij loopt doelloos rond, met andere woorden: met de ziel onder de arm. Dat moet je maar eens durven als leraar tegenwoordig: lanterfanten!
In “De ziel onder de arm” heeft de schrijfster en filosofe Désanne van Brederode een selectie gemaakt van enkele van haar artikelen en lezingen. Deze bundel geeft een inkijkje in haar persoonlijke ervaringswereld, variërend van jeugdherinneringen tot vakantiebelevenissen.
De artikelen zijn thematisch verdeeld over vier afdelingen, met titels als “Zelfportret met wolken” en “Op zoek naar wankelmoed”.
Wat neem ik, vanuit ‘durf’-perspectief, mee?
Ik lees ‘De ziel onder de arm’ niet als lanterfanten maar juist dat we als docent of trainer zowel bewust handelen als intuitief handelen (vanuit de ziel). Je werkt met de ziel onder de arm.
De ziel onder de arm is dat we ook ons ‘kind’ in ons zelf ook meer ruimte geven. Durf eens te spelen!
De schrijfster beschrijft haar TV-ervaringen uit het verleden. Wie, van mijn leeftijd, herinnert zich “Kent u de weg naar Hamelen nog?”. De kinderprogramma’s van destijds gaven ons als kind een optie om onze zogenaamd niet meer te realiseren idealen projecteren. Lekker vies doen, hard gillen, mensen achter hun rug om nadoen, tekeningen aanbieden aan kinderen in een land in oorlog, ongegeneerd huilen om een kwijtgeraakte poes wat zouden we wellicht nu nog dat graag willen doen? Durven we dat nog?
De ziel onder de arm is voor mij als ‘durver’ dat je ook eens uit de pas durft te lopen.
We zijn, volgens van Brederode, steeds meer bezig esthetisch te zijn in plaats van onszelf te omarmen en te accepteren. We willen het mooie van elkaar zien en de mindere punten niet. Als je je stem laat horen, durf je dan onzuiver te klinken? Dan zingen we liever niet. Het echtste van onzelf willen we niet laten zien.
Vluchten, vechten of verstarren?
Wanneer zaken echt als gevaarlijk worden ingeschat zijn dat veelal de reacties die volgen. Durven vraagt om de inzet van de ratio versus deze impulsen.
Van Brederode rookt. Roken en de dood zijn verbonden. De waarschuwende teksten die tegenwoordig op de pakjes staan bevestigen dat. Willen rokers juist dood? Van Brederode beschrijft roken als een verlangen naar Thanatos, zij het in sterk verdunde vorm, doet de roker steeds weer naar de lijkbleke stokjes grijpen, zegt zij. Hebben de autocoureur en de bungeejumper lol in het spel met hun activiteiten? Ik denk het wel. Durven heeft ook te maken het risico’s aangaan. Een belangrijk element in het durven. Van Brederode ziet roken niet als durven maar eerder als lafheid om andere risicovolle activiteiten niet aan te gaan. Roken is vluchten wanneer zaken teveel worden of gevoelens te groot of heftig worden.
Notoire drinkers verlangen volgens haar wellicht terug naar: “de heerlijk warme, maar wezenloze staat van de foetus in de baarmoeder, naar de oorverdovende hartendreun van hun draagster, naar het wijnrode filterlicht en het deinen op andervrouws tred, naar de gedachteloze halfslaap waarin ze teugjes namen van hetzelfde vruchtwater waarin ze piesten en naar de vage, hormonale stemmingen die via de navelstreng het vliesdunne lichaam…” zo had ik het drinken nooit ervaren maar ook drankgebruik (zeker notoir) is veelal vluchtgedrag. Terwijl het ook juist vaak mensen overmoedig maakt.
Van Brederode stelt dat we soms harde heelmeesters nodig hebben. En dan volgt een straffe innerlijke strijd, tegen een bepaalde mentaliteit of ingesleten gewoonte. Overtuigingen zijn gevangenissen, schreef de filosoof Friedrich Nietzsche reeds.
Durven veranderen vraagt als het ware dat je achteruitloopt in plaats van vooruit. Als je achteruitloopt zet je kleinere stappen dan bij het normale vooruitlopen., stelt Van Brederode. Wie het aandurft om zijn passen bewust wat groter te nemen, zal merken dat hij gaandeweg de angst voor een obstakel overschreeuwd.
Als je het goed aandurft staat waarnemen en denken staan volledig in dienst van het lopen. Wat ontwaakt in de vrij om zich heen kijkende achteruitloper, is zijn (beeldende) voorstellingsvermogen, stelt de schrijfster.
Neem je passen een bewust kleiner, ervaar wat je zintuigen je aangeven en vergroot dan langzaam je passen weer!
De ziel onder je arm als leraar:
Ken jij als leraar je klas goed? Ben je voldoende verbonden? Denk aan die ene leraar die geconcentreerd sommen op het schoolbord , of een mooie tekening maakte, en dan opeens, zonder zijn blik van het krijtje in zijn handen los te maken, kon zeggen: ‘Wil je naar het bord kijken, Rob?’.
Ben jij je bewust van de kracht van je gewoontelichaam, een lichaam dat zich kennelijk bepaalde (storende) details in een ruimte herinnert en ‘weet’ hoe het hierop moet reageren, zonder dat je er bewust naar hoeft te kijken of over hoeft na te denken? Oefen je dat wel eens?
De eerder genoemde leraar kent zijn klas goed en voelt zich zeer met elk van zijn leerlingen verbonden – die verbinding blijft bestaan, ook als hij schijnbaar volledig opgaat in het schrijven op het schoolbord.
Dus: geef eens les met de ziel onder je arm: durf bewust handelen én intuïtief te handelen (vanuit de ziel).
Reageer

#70 Bookreview “Misschien moet je iets lager mikken”, Klasse laat je nooit los. Klasse vormt wie je bent.

Paul de Regt (docent Haagse Hogeschool) las een 1e versie van mijn nog uit te komen boek en tipte dit boek van Milio van de Kamp. We zijn beiden 1e generatie studenten en herkennen veel van onze eigen levensweg in dit boek.
Milio van de Kamp (1991) is socioloog en werkzaam als universitair docent aan de UvA. In 2022 werd hij verkozen tot FMG Docent van het jaar.
Hij is opgegroeid in armoede en hij geeft in zijn boek “Misschien moet je iets lager mikken”een unieke, persoonlijke blik op maatschappelijke ongelijkheid.
Het begint eigenlijk al met je startgevoel en perspectief. Ik heb altijd opgekeken naar mensen uit een ‘hogere’ klasse. In het verleden verhield ik mij ten aanzien hetgeen ‘hoger’ was.
“Het patroon van lage verwachtingen komt voort uit de sociale klasse waarin ik ben opgegroeid. Als je wordt geboren met weinig voel je al snel wat jouw plek in de wereld is.”
Ik groeide op in Amsterdam-Noord in een buurt waar je een vechtersmentaliteit krijgt aangeleerd. Deze mentaliteit gebruikte ik voor mijn klim op de maatschappelijke ladder. Trede voor trede. Op karakter, wilskracht, talent, geluk én zelfkennis werd ik van een dubbeltje een kwartje. Ik was (en ben nog een beetje) een Amsterdams lefgozertje.
Van de Kamp beschrijft haarfijn hoe de code van de straat zich verhoudt met de code van de school:
“De code van de straat staat voor masculiniteit, eer, respect en machogedrag en de verwachting vanuit deze cultuur was duidelijk: op het moment dat iemand je uitdaagt toon je dominantie. Je handelt meteen, geeft de eerste klap en moet als winnaar uit de strijd komen, anders verlies je het respect nog voordat je het überhaupt hebt opgebouwd. De code van de school betekende juist het tegenovergestelde en is meer gericht op zelfontplooiing, zelfverwezenlijking “
“De keuze tussen de straat- en schoolcode is geen rationele. In een fractie van een seconde nam de straatcultuur, de cultuur die ik het best kende, de overhand.”
Mijn lef werd in de straatcultuur opgebouwd.
En toch ook toen al in balans gehouden door mijn denkkracht.Wel het lef voelen, maar vaak net even slimmer (doordachter) te zijn. Dat heeft mij (en mijn zus) veel klappen bespaard. Dat ‘slimmer’ zijn, had twee kanten. Ik kon goed leren. En mijn ouders hadden het beter dan die van Van de Kamp. Echte armoede en agressie heb ik niet gekend. Mijn startpositie was zeker beter als die van hem. Ik kwam wel thuis bij vriendjes als Van de Kamp en zag de verschillen.
Van de Kamp beschrijft dat hij zijn manier van spreken ook binnen een paar stappen wist aan te passen. Herkenbaar: ik ben in no time zo teruggeschoten in mijn oude manier van praten: de straattaal.
Het effect van (destijds) mijn plat-Amsterdamse accent klinkt soms nog door. Mijn accent heeft geen waarde, want het is geen onderdeel van de heersende norm, zegt hij. Het accent werkt je juist tegen in de onderwijswereld.
Momenteel voer ik veel opdrachten in het onderwijs uit. Door het boek ben ik weer scherper op hoe klasse-ongelijk ons onderwijs vaak kan zijn. De schrijver citeert Bourdieu: “De onzichtbaarheid van klassenongelijkheid in het onderwijs vanuit het idee dat hij ‘cultureel kapitaal’ noemt, het gevoel en de kennis die je hebt van de cultuur, de mores, de gebruiken en de normen in een bepaalde omgeving, zoals bijvoorbeeld de universiteit. Het gaat om een feel for the game, om aanvoelen hoe je ergens hoort te praten, bewegen en je gedragen. Hij liet zien hoe de middenklasse en elite het onderwijs domineren. “
Volgens Bourdieu werkt het bestaande onderwijssysteem privileges in de hand. Het cultureel kapitaal van de middenklasse en elite wordt gezien als neutraal, met als gevolg dat degene die niet aan de heersende normen en waarden voldoen, ook geen normen en waarden hebben.
Deze generatie wordt echter getoetst op normen en waarden die door de middenklasse en elite zijn bepaald, waardoor de kinderen die zich hier het meest mee kunnen identificeren (en er het beste op zijn voorbereid door hun opvoeding) het hoogst scoren.
“De 1e generatiestudenten moeten leren zich aan te passen aan de context van de universiteit, zowel sociaal als academisch, en hun doel scherp voor ogen moeten houden. Het beheersen van deze drie elementen bepaalt uiteindelijk of iemand succesvol weet te navigeren in de wereld van de heersende klasse. “
Klasse laat je nooit los. Klasse vormt wie je bent.
Reageer

GZ-Plein interview: Wat is assertiviteit en hoe vergroot je het? – Tips van een expert

Lisa Reinerink nam voor GZ-plein het onderstaande interview met mij af:

‘Kan je nog even snel de notulen van de vergadering uittypen voor morgen?’ vraagt je baas net voordat je ’s avonds naar huis wilt gaan. ‘Ja hoor, geen probleem’ reageer je automatisch. Achteraf baal je; je had assertiever moeten zijn. Je hebt ten slotte afgesproken om vanavond uit eten te gaan met je partner voor zijn verjaardag. Alleen hoe zorg je ervoor dat je op een goede manier je grenzen aangeeft? Je wilt namelijk niet agressief of boos overkomen, maar je wilt wel duidelijk maken aan je baas dat je niet steeds wilt overwerken.

Wij gingen in gesprek met Rob Smits, oefenmeester in durf. Rob is eigenaar van Bureau voor Durf. Hij geeft assertiviteitstrainingen en lessen hoe je omgaat met agressie en weerstand. Rob is opgegroeid in Amsterdam Noord. ‘Ik woonde in een pittige wijk, waar ik wel eens in lastige situaties terecht kwam op straat. Over de jaren heb ik geleerd om verbaal sterker te worden. Deze ervaringen heb ik meegenomen naar Bureau voor Durf.’

Wat is assertiviteit?

Volgens Rob betekent assertiviteit dat je voor jezelf opkomt zonder daarbij de grens van de ander uit het oog te verliezen. Het is de gulden middenweg tussen sub-assertiviteit en agressiviteit. ‘Als je sub-assertief bent, dan vind je de mening van anderen belangrijker dan je eigen mening en laat je makkelijk over je heen lopen. Bijvoorbeeld bij een vergadering zeg je pas iets als iedereen aan de beurt is geweest. Het tegenoverstelde hiervan is agressiviteit. Agressieve mensen komen voor zichzelf op, maar houden te weinig rekening met de grens van de ander. Soms gaat dit gepaard met een sterke verbale of fysieke reactie, maar het kan ook op een subtiele manier.’

Kan iedereen het leren?

Volgens Rob kan iedereen leren om assertiever te communiceren. Alleen verschilt de startsituatie per persoon. ‘De één is van zichzelf al assertiever dan de ander. Als je een temperamentvolle persoonlijkheid hebt, dan ben je eerder geneigd om op een assertieve of agressieve manier te communiceren. Ook de omgeving, waarin je bent opgegroeid, heeft invloed op je startsituatie. Zo hebben mensen uit het westen van het land vaak meer “het hart op de tong” in vergelijking met mensen uit het oosten van het land, die vaak wat terughoudender zijn qua communicatie. De motivatie om te veranderen is ook van invloed. Bij sommige mensen is de pijn nog niet sterk genoeg om voor zichzelf op te komen. Toch, als je altijd over je heen laat lopen, dan komt er vaak een punt dat je er klaar mee bent en dat je beseft dat er iets moet veranderen.’

Voorwaarden voor assertieve communicatie

Hoe komt het dat het in de ene situatie makkelijker is om assertief te communiceren dan in de andere situatie? Volgens Rob heeft dat alles te maken met context. ‘Een leraar kan bijvoorbeeld duidelijke regels hebben naar zijn klas toe, maar bij een gesprek met zijn leidinggevende totaal niet assertief zijn. Om assertief te communiceren is het belangrijk dat er een cultuur hangt waarin je je veilig genoeg voelt om dit te doen. Als er in een organisatie een cultuur hangt waarbij het “not done” is om voor jezelf op te komen of je mening te delen, dan ga je dit automatisch niet doen. Ook de mate waarin assertiviteit gestimuleerd wordt is belangrijk. Als een leider regelmatig uit zichzelf vraagt om feedback, dan leren mensen zich te uiten. Op deze manier worden assertiviteit en tegenspraak als het ware “uitgelokt”.’

Hoe pak je het aan?

‘Bij een lastig gesprek is het belangrijk om een goede gespreksbasis te vinden met je gesprekspartner. Hiermee zorg je ervoor dat je het allebei al op één punt eens bent. Dit kan je doen door het gesprek te starten met een zin als: “Ik vind het belangrijk om open en eerlijk te communiceren. Vind jij dat ook?” of “Ik vind het belangrijk dat je weet wat er bij mij speelt en dat we dingen met elkaar delen. Vind jij dat ook?”. Hiermee zorg je ervoor dat de ander open staat om jouw feedback te ontvangen. Ook de timing en plek van het gesprek zijn goed om in het oog te houden. Als je een collega wilt vertellen dat je je irriteert aan zijn gedrag, is het niet handig om dat tijdens de lunchpauze te vertellen wanneer iedereen samen aan één tafel zit.’

‘Als je een gesprek niet kan timen, dan is het belangrijk dat je in een goede staat bent. Als je zenuwachtig of boos bent, dan zal je jezelf eerder te kort doen of reageer je juist heel bot. Hierdoor komt de boodschap minder goed over. Zelfcontrole is dan cruciaal: reageer pas als je in controle bent. Ook als de ander boos is, is het beter om rustig te blijven en niet terug te schreeuwen en schelden. Ik leer mensen hun zelfcontrole te vergroten door ze ankeroefeningen mee te geven. Een ankeroefening is een handeling die je altijd op dezelfde manier uitvoert, waardoor je automatisch een rustig gevoel bij jezelf activeert. Ademhalingsoefeningen, waarbij je diep inademt en langzaam uitademt, kunnen ook helpen om rustiger te worden. Ook in koud water zwemmen kan helpen om meer zelfcontrole te ontwikkelen. Door de extreme kou wordt er automatisch een angstreactie in gang gezet in je lichaam, maar door te oefenen leer je deze reactie te beheersen met je brein.’

‘Voor sub-assertieve mensen kan het erg lastig zijn om assertiever te communiceren. Vaak ligt hier angst of perfectionisme onder. Mensen zijn bijvoorbeeld bang dat anderen hun afkeuren als zij hun mening vertellen of zeggen pas iets als ze het goed genoeg vinden. De eerste stap om je gedrag te veranderen is bewustwording. Je moet je eerst bewust worden van waarom je op een sub-assertieve manier reageert. Begin vervolgens met het zetten van kleine stappen. Als je wilt leren om ”nee” te zeggen tegen je baas, kan je dit ook eerst oefenen in een veilige situatie, bijvoorbeeld met je partner of je broer. Bedenk dat je fouten mag maken; durf te falen. Het zal niet altijd lukken om assertief te reageren, maar door kleine stappen te zetten zal je je hierin ontwikkelen. Besef dat je om hulp mag vragen. Bij de assertiviteitstrainingen koppel ik mensen altijd aan een “kritische vriend”. Je stelt dan vooraf allebei een doel op en vervolgens bevraag je elkaar wekelijks hoe het gaat met de doelen. Op deze manier worden mensen gestimuleerd om aan hun doel te werken, omdat ze een “verantwoording” moeten afleggen aan iemand.’

‘Verder zijn er bepaalde zaken die werken als versnellers om assertiever te communiceren. Als je optimistisch bent, is het makkelijker om te bedenken “Ik probeer het de volgende keer weer”. Nieuwsgierigheid heeft ook een positieve invloed. Ik geef mensen vaak de oefening mee om eens een andere route naar werk te nemen en onderweg drie foto’s te maken. Als je telkens iets anders doet, word je wendbaarder in lastige situaties. Daarnaast zijn goede voorbeelden belangrijk. Vraag eens aan iemand in je omgeving hoe het diegene gelukt is om voor zichzelf op te komen. Dit kan veel inspiratie geven. Tot slot, blijf de uitdaging aangaan; dat houdt je scherp en is realistisch, want waarschijnlijk komen er meer situaties op je pad die om een assertieve aanpak vragen.’

Tips van Rob

1. Word je bewust van je eigen gedrag en ga na waarom je op een bepaalde manier communiceert.

2. Begin met kleine stappen door te oefenen in een veilige situatie.

3. Bedenk dat je fouten mag maken; durf te falen.

4. Zoek een maatje om mee te sparren of vraag eens aan anderen hoe het hun is gelukt om voor zichzelf op te komen in een lastige situatie.

5. Wees optimistisch en nieuwsgierig.

6. Vergroot je zelfcontrole met ademhalingsoefeningen en ankeroefeningen. Of ga eens zwemmen in koud water.

7. Probeer bij een lastig gesprek je emoties te beheersen en zoek een goede gespreksbasis met je gesprekpartner.

8. Tot slot: blijf de uitdaging aangaan!

 


Wil je meer lezen over assertiviteit? In dit artikel lees je een interview met coach Linda Hoitinga. Bekijk ook de video waarin Linda tips geeft hoe je stopt met pleasen.

Bron: interview met Rob Smits, https://rob-smits.nl/
Auteur: Lisa Reinerink 
april 2023

https://gz-plein.nl/aanbod/assertiviteit-wat-is-het-en-hoe-vergroot-je-het

Reageer

Interview: Rob Smits van Bureau Voor Durf ‘Het is belangrijk dat je jezelf durft laten zien’

Wij Business News nam het onderstaande interview met mij af:

 

Zaandam,
Voor oefenmeester Rob Smits, staat het concept durf centraal. Dit was ook de inspiratie die hij had om zijn eigen Bureau voor Durf te ontwikkelen. Daar waar mensen een stap niet durven zetten, geeft Rob training en begeleiding om hen toch die durf te geven.

Hoe is het idee van Bureau Voor Durf op jouw pad gekomen?

“Ik werkte voordien als zelfstandige trainer & coach. Ik deed toen allerlei soorten trainingen, maar ik had behoefte aan een soort focus. Ik sprak met een vriend die goed is in corporate identity. Daar kwam naar boven dat durven altijd al het centraal punt was geweest in mijn leven. Zo is de inspiratie gekomen om het bureau ook Bureau Voor Durf te noemen. In mijn master had ik destijds ook een onderzoek gevoerd naar wat durf precies inhoudt om mijn trainingen wetenschappelijk te onderbouwen.”

Waarom hebben mensen het volgens jou zo moeilijk om een nieuwe stap te durven zetten?

“Dat is een goeie vraag! Tegenwoordig zijn er dynamieken die het minder makkelijk maken om te durven. Als je echter iets belangrijk vindt, moet je daar ook echt voor durven gaan. Dit is iets wat veel mensen nu nog niet durven. De maatschappij is heel dynamisch dus het is best moeilijk om ergens grip op te krijgen zoals je eigen toekomst of hoe je jezelf in de wereld wil plaatsen. Het is makkelijker om gewoon maar mee te gaan en dingen te laten gebeuren. Verder is tegenspraak daarom ook belangrijk om jezelf en jouw meningen te kunnen uiten. Het is belangrijk dat je jezelf durft laten zien, maar dat betekent ook dat we soms kwetsbaarder zijn. Dit zijn dingen die ik in de huidige samenleving wel terugzie, met name ook in het onderwijs. Durven in de maatschappij is moeilijk, maar als je als individu durft, krijg je meer zelfvertrouwen, ontstaat er rust in jezelf, ontwikkel je een sterker karakter en voel je uiteindelijk ook meer vrijheid.”

Je bent ook auteur. Kunnen we binnenkort wat in de rekken verwachten?

“Ik durf nog geen uitspraak doen, maar ik denk dat we na de zomer het boek gaan presenteren. Het boek heeft nog een werktitel en heet Durf is lef met voorbedachte rade.”

Je wordt ook wel de ‘oefenmeester in durven’ genoemd. Zijn er zaken waar je toch nog veel moed voor nodig hebt?

“Zeker! Moed en durven is afhankelijk van de situatie. In sommige situaties kun je makkelijker durven en moed tonen. Des te makkelijker je in een situatie zit, des te minder je ook moet durven. In zo’n situatie gaat alles namelijk eerder vanzelf. Waar ik straks de moed voor nodig heb, is mijn boek presenteren want dat heb ik nog nooit gedaan. Ik kan me inbeelden dat ik opnieuw wel even enige onzekerheid voel om bijvoorbeeld voor een grote zaal te spreken.”

Op dit moment staan veel coaches in een negatief daglicht. Hoe kijk je hier tegenaan?

“Ik noem mezelf geen coach maar een oefenmeester. Dat betekent dat ik dingen concreet ga waarmaken. Bij een coach is het nogal breed waarbij coaching meer een soort werkmethode is. Ik zie mezelf meer als een oefenmeester. Door een concrete aanpak kan ik mijn werk ook makkelijker waarmaken. Als oefenmeester gebruik ik verschillende methodes. In die aanpak zitten ook coaching technieken, maar ook andere aanpakken of technieken die uit de sportwereld komen. Hetgeen wat ik doe, is meer eclectisch: ik gebruik de aanpak die het best voor die bepaalde persoon werkt. Dat kan coaching zijn, maar dat hoeft niet altijd.”

Wat is het mooiste wat je zelf ooit van een persoon hebt teruggekregen na ondersteuning van Bureau voor Durf?

“Soms gebruik ik koudwaterzwemmen in mijn aanpak. Een mooi moment was dat iemand na drie sessies tot zijn enkels in het ijskoude water was gekomen. Voor deze persoon was dit voldoende. We waren ook allebei trots dat hij tot zijn enkels was gekomen. Zijn vrouw, die er ook bij was, sprong meteen het water in. Het symbolische hier is dat het niet uitmaakt hoe ver je komt of hoe groot je bent: elke stap is een goeie stap. Tot de enkels in het water stappen, was voor deze persoon een enorm grote stap en dit heeft evenveel waarde als het ijskoude water inspringen. Dit was best wel een toffe ervaring. Koudwaterzwemmen heeft eigenlijk alles te maken met je mentale staat en dat is uiteindelijk ook wat durven is.”

https://www.wijnoordholland.nl/nieuws-overzicht/rob-smits-bureau-durf/
Reageer

Durven en routines. 5 tips voor een ochtendroutine!

Gewoontegedrag is gedrag dat routinematig, zonder bewust na te denken, wordt vertoond. Het kan gaan om automatisch uitgevoerde handelingen en om keuzes die ingesleten zijn en waar na verloop van tijd niet meer over nagedacht wordt.
Wanneer we ons voor het eerst bezighouden met een nieuwe taak, werken onze hersenen hard aan het verwerken van tonnen nieuwe informatie terwijl we onze weg vinden. Maar zodra we begrijpen hoe een taak werkt, begint het gedrag automatisch te worden en neemt de mentale activiteit die nodig is om de taak uit te voeren drastisch af.
Soms haken we af wanneer iets te moeilijk wordt of er meer durf nodig is.
Maar juist het inslijten van een nieuwe routine zorgt ervoor dat je basis om telkens te durven sterker wordt!
Bedenk hoeveel intelligentie en concentratie je moest gebruiken de eerste keer dat je inparkeerde of zelfs de eerste keer dat je je veters bond. Vergelijk dat dan met de hoeveelheid mentale inspanningen die je nu doet om die activiteiten uit te voeren.
Duhigg schrijft: “Dit proces – waarin het brein een opeenvolging van handelingen omzet in een automatische routine – staat bekend als” chunking “, en het is de oorzaak van de vorming van gewoonten. Er zijn tientallen, zo niet honderden, gedragsbrokken waar we elke dag op vertrouwen. Gewoonten bestaan uit een eenvoudige, maar uiterst krachtige driestaps lus.
Ten eerste is er een cue, een trigger die je hersenen vertelt om naar de automatische modus te gaan en welke gewoonte om te gebruiken. Dan is er de routine, die fysiek, mentaal of emotioneel kan zijn. Ten slotte is er een beloning, waarmee je hersenen erachter komen of deze specifieke lus de moeite waard is om te onthouden voor de toekomst. Na verloop van tijd wordt deze lus … meer en meer automatisch. De cue en beloning raken met elkaar verweven tot een krachtig gevoel van anticiperen en verlangen naar voren komt.
Laten we eens beginnen met de start van de dag! De ochtendroutine!
De ochtendroutine is echt een tijd voor persoonlijke groei. Je hoeft niet dezelfde ochtendroutine te hebben als ik, het gaat erom je eigen routine te maken, en ik ga je enkele tips geven die je in je routine kunt opnemen.
1. Plan vooruit. Maak het jezelf gemakkelijker door de avond ervoor alles wat je nodig hebt ’s ochtends voor te bereiden. Op die manier staat het voor je klaar en heb je geen excuses om er niet mee door te gaan.
2. Zet je wekker ergens waar je fysiek moet opstaan en zet hem uit. Ik raad aan om een wekker te gebruiken in plaats van je telefoon, zodat je zo lang mogelijk van je telefoon af kunt blijven.
3. Zoek uit hoeveel tijd je ’s ochtends hebt. Denk niet dat je een uur of twee moet besteden om dit voor je te laten werken. U heeft slechts 15 minuten nodig.
4. Als de zon schijnt, ga dan naar buiten en kijk naar het blauw aan de hemel (niet direct naar de zon).
5. Neem elke ochtend een koude douche. Je bouwt jezelf voorbij de mentale kracht door jezelf iets te laten doen dat je niet wilt doen.
Reageer

Boekreview: Merlijn Twaalfhoven “Het is aan ons!”, en ook aan jou….inspiratie voor idealisme.

Een aantal jaar terug werd er bovenop de parkeergarage een basketballveld voor de jeugd en buurt geopend.
Mustapha Ocal van het Dock organiseerde dat en ik mocht moderator zijn en organiseerde een uitwisselingspel.  Daarna zou het Riccioti-ensemble komen. Iets anders dan we gewend waren zei Mustapha.
Dat was ook zo.
Bovenop de parkeergarage waren opeens allerlei musici die in een soort wervelwind iedereen meenamen in die muziek. Je kon eigenlijk niet niet meedoen. Ik gaf me direct op als sponsor.
Recent schreef de altviolist van dit ensemble een boek: “Het is aan ons”.  De titel sprak aan. Juist nu!
Echte verandering is aan ons en niet aan de politiek of het grote geld.
En met “durven” is het ook aan JOU!
Pak de kunst weer terug! Zoek naar waarmee er voorheen een gevoel werd vertaald: rituelen, tradities, dichtbij. Dat vraagt een houding, een “kunstenaars-mindset” volgens Twaalfhoven. Wees open en speels en ook onderzoekend en scheppend. Twaalfhoven denkt dat we met een kunstenaarsmindset een echte verandering kunnen inzetten.
In zijn boek licht de schrijver eerst deze mindset toe. Zijn ervaringen met het Riccioti Ensemble in Nederland en buitenland illustreren zijn ideeen.
Wat kunnen we leren van een “kunstenaars-mindset”?
Een beeld of gebaar kan een trigger zijn waaruit iets nieuws ontstaat: een persoonlijke gewaarwording in dat moment.  Dat gebeurt niet veel. Dat kan wel meer gebeuren als je als levenskunstenaar de focus neemt naar het bieden van een WAARDEvolle ervaring. Dat vraagt wel ruimte en plek volgens Twaalfhoven.
En hoe krijg je dan de aandacht als “vergeten kunstenaar”?
Maak je eigen mindset!
Heb de moed om oude zekerheden los te laten en treedt de wereld open tegemoet. Binnen mijn “durf”-methode is de mindset een deelattribuut om kansen te kunnen pakken.
Oefen in delen, uiten, rouwen en vieren. Juist nu! We moeten steeds meer “navigeren door onzekerheid” zegt Twaalfhoven.
De mindset is een kompas om te navigeren. Helpt om op koers te blijven. Hij bestaat uit: waarnemen, voelen, denken en maken.
Bij het waarnemen ligt nog meer herkenbaarheid ten aanzien van de durf”-methode; aandacht en vertraging! Juist bij durven is reflectie essentieel. Oefenen, oefenen en oefenen in aandacht. Toewijding en focus in wat je doet. Een andere durf-kans is de omarming van magie en schoonheid. Kijk eens om je heen: zie je Kiksvoorniks!  Hoor je vogels, zie je de bloemen (al je zintuigen!) en zie je de passerende mens? Verwonder jezelf weer eens! Nieuwsgierigheid is ook een Deel-Durf-attribuut.
Eigenlijk is durven “onzekerheidsvaardig” worden zoals Twaalfhoven dat benoemt. Hiervoor moet je “Buiten de kaders” denken en doen. Veel kunstplekken zijn juist heel gekaderd. Dus een andere plek die je niet gewend bent helpt om buiten de kaders te komen. De schrijver heeft een project in Zaandam op Hembrug uitgevoerd: met minimale middelen en samen met Zaankanters. Bureau Voor Durf heeft juist ook dit terrein als werkterrein! Bijbind, Magazijn 14 en Lab 44 zijn favoriete werkplekken(zie ook foto’s en docu die binnenkort komt).
Het samenwerken met mensen ziet Twaalfhoven als een rijkdom van vele verhalen. Op het Hem vind ik zelf Museum of Humanity van RubenTimman hier een mooi voorbeeld van.
Twaalfhoven haalt ook Jeffrey Sachs aan een econoom van het Earth Institute aan. Net zoals mijn oude levensgids Bob Van Houten leert hij ons het inzicht dat geld nu teveel het leven stuurt.
En:”Als mensen echt iets willen, als ze het van binnen verlangen,  en als hun gevoel hierbij optimistisch en positief is, zullen ze kunnen veranderen”. Zonder kunstenaars maken we geen duurzaamheidsrevolutie.
En: heb jij idealen? Vast en zeker! En durf je die te uiten? Al lastiger toch? Idealen komen verder als we elkaar verbonden voelen en samen iets verder willen brengen.
Dat missen we nu: collectieve idealen. Hiervoor is toch weer eerst een vertraging nodig. En dat is in deze dynamische wereld nog niet zo makkelijk. Maar als je wil oogsten moet je de zaadjes tijd geven om te wortelen. Twaalfhoven refereert (net zoals ik in mijn onderzoek) aan een 2e weg.  Het durf-systeem in ons brein komt overeen met de stap die hij na-denken benoemt.

Met dit na-denken kun je ruimte scheppen. Het creeren van “mijmerplekken”. Co-trainer Peter Donders vraagt deelnemers vaak bij reflectie te “mijmeren”.  Ikzelf ben meer stimulerend met nieuwsgierigheid om de blik te verruimen. De ruimte wordt verdicht door alle input die we hedentendage steeds meer krijgen. Rutger Bregman schreef daar ook al over in “De meeste mensen deugen”.

Aandachtsvervuiling door alles waar op zouden kunnen focussen…Aandacht is steeds meer vloeibaar geworden. Zo verdund is het volgens  hem. “Als verwondering, vertwijfeling en schoonheid het gevecht onze aandacht verliezen verdwijnt het leven uit het leven.”
Hoe vertragen we dan? Wat is de strategie?
Neem waar,  zie het unieke, wordt nieuwsgierig, stel vragen en ook nog niet makkelijke gevoelens durven toe te laten en deze onderzoeken.
Onderzoek met andere vragen: niet alleen wat, hoe en waarom vragen maar ook; “Wat als”-vragen!
Wat mij echt raakte was het uit de kast komen als idealist: JA! Ik wil ook! Het op een fijne manier uitspreken wat ik ideaal zou vinden; welke wereld wil IK eigenlijk? En met de kunstenaarsmindset kan ik dat bevragen, bespelen en bevoelen.
Twaalfhoven rond het boek af met het deel “maken” . Durven en Doen! Als je iets wil opbouwen moet je ook durven te falen. En als je wil bouwen moet je zorgen voor ene fundament en moet je graven.
Voor mij is dat nu bijna gedaan. De onderbouwing van de Durf-methode staat, nu nog doorbouwen.
In de vertragingstrategie ligt ook de zoektocht naar “Genoeg”. Niet perse naar meer.  En doorzetten door je ideaal te blijven zien: de poolster is er nog steeds ondanks dat het soms bewolkt is.
Afrondend geeft Twaalfhoven ons 5 lessen mee:
  1. Markeer tijd en ruimte: wanneer en waar?
  2. Vind je houvast: het fundament, de leidraad.
  3. Spreek je idealen uit: uitdrukking geven & zichtbaar maken.
  4. Doe het samen: bij wie sluit je aan en hoe deel je?
  5. Vier je voortgang: waar vieren we en welke resultaten en effecten?
En zijn durf-boodschap in zijn laatste hoofdstuk: “Houdt moed!”.
Het boek is te bestellen via; https://merlijntwaalfhoven.com/hetisaanons/
Reageer

Durf-vondst: “Hoe moedig je durf aan? – Courage goes to work – Bill Treasurer”

Stel je voor dat je werkt voor een baas wiens visie zo gewaagd is dat je er helemaal enthousiast van wordt?
Of het werken voor een manager die het maken van fouten waardeert als een natuurlijk en noodzakelijk onderdeel van jouw professionele ontwikkeling.
Ga dan nog een stap verder en stel je voor hoe het hele bedrijf eruit zou kunnen zien als alle managers zouden leiden door moed in hun werknemers te steken.
Het zou een werkplek zijn waar je impliciet kunt vertrouwen op de motieven en bedoelingen van iedereen om je heen. Je zou de onverbloemde waarheid kunnen spreken. Je kunt meer “goede” fouten maken om het bedrijf beter van dienst te zijn.
Bill Treasurer stelt dat die verandering primair alleen van binnenuit mogelijk is. Wat jij ook doet als manager; het werkt alleen bij een intrinsieke motivatie van de medewerker zelf.
Treasurer is naast consultant ook trainer van het US High Diving team. Zij springen van hoge rotsen. De “lead up” is voor de sprong van groot belang. Kijken, telkens een stapje hoger, vertrouwen opbouwen passen 1 op 1 bij mijn durf-methode. Hij stelt de springers de vraag: wat kun je vooraf doen om alsnog wel te kunnen springen?
5 uitgangspunten om te bemoedigen
Er zijn vijf uitgangspunten waarop dit boek is geschreven.
  1. Iedereen heeft het vermogen om moedig te zijn.
  2. Medewerkers presteren beter als ze moedig kunnen zijn op het werk.
  3. Moed is een vaardigheid die je kunt leren.
  4. Activeer moed door handvattten te geven die je voorbereiden op uitdagende situaties.
  5. Het hele personeelsbestand heeft er baat bij als iedereen meer durft.
Activeren van moed
Mensen zullen niet moedig worden alleen maar omdat jij ze dat zegt. Je moet een omgeving creëren die mensen aanmoedigt om uit te breiden en risico’s te nemen.
Durven vraagt gedrag. Gedrag kun je ontwikkelen, bemoedigen, bestendigen en bekrachtigen.
Voordat je durft kun je moed activeren. Treasurer activeert moed naar durven op 3 manieren.
Hij beschrijft dat met een raamwerk van “Buckets”: emmers waar je input uit kunt halen om mensen naar durven te helpen.
De 1e emmer is; “Probeer Moed/Try Courage”. In de praktijk zijn dit de kleine stappen, de eerste pogingen doen, bijvoorbeeld wanneer je iemand nieuwe pionierende taken ziet proberen. Iemand die zich vrijwillig aanmeldt om een ​​moeilijk of riskant project te leiden, toont moed.
De 2e emmer staat voor “Vertrouw op moed/Trust Courage”.
Dit is de moed die nodig is om de controle uit handen te geven en op anderen te vertrouwen. Wanneer managers zeggen dat ze willen dat werknemers bedrijfsveranderingen meer omarmen of richtlijnen enthousiaster opvolgen, is het eigenlijk dat zij willen dat medewerkers meer durven te vertrouwen. Als dat er is, geven mensen elkaar het voordeel van de twijfel, in plaats van de motieven en bedoelingen van degenen om hen heen in twijfel te trekken. Vertrouw op moed gaat niet over het nemen van de leiding, maar over het volgen van de leiding van anderen.
De 3e emmer gaat over “Spreek Moed uit/Tell Courage”
Dit is de moed van het uitspreken en omvat het je uitspreken met oprechtheid en overtuiging, vooral wanneer de geuite meningen indruisen tegen die van de groep. Om hun veiligheid te waarborgen, zijn medewerkers het vaak te veel met elkaar eens en spreken ze zich te weinig uit.
Moed ontwikkelen
De basis om moed te ontwikkelen in een organisatie gebruikt Treasurer een “courage foundation model”. Met dit model kun je moed opbouwen naar echt durven in vier stappen.
  1. Spring eerst.
Waarom zou je in vredesnaam van mensen verwachten dat ze moedig zijn als je zelf slap bent? Voordat je werknemers aanmoedigt om moediger te zijn, moet jij het rolmodel zijn. Als je als eerste springt, kun je uit de eerste hand ervaring opdoen met de uitdagingen die je aan je werknemers vraagt, en het is de beste manier om geloofwaardigheid op te bouwen met jouw directe ondergeschikten.
  1. Creëer veiligheid.
Werknemers spelen op “safe” als het niet veilig is om niet op “safe” te spelen.
  • Om ze dingen te laten durven, moet je daarom vangnetten weven die ze een gevoel van veiligheid geven terwijl ze aan het werk zijn.
  • Geef mensen toestemming om moedig te zijn door een veilige ruimte te bieden om zonder schaamte hun angsten te uiten.
  • Wijs erop dat ze datgene waar ze bang voor zijn vaak al aan het doen zijn.
  • Leg de focus op het van fouten leren- de ‘goede’ fouten – vooral als de lessen die uit die fouten worden getrokken, de doelen van het team bevorderen.
En laat mensen zien dat je ze ondersteunt “no matter what”.
  1. Gebruik angst.
Angst op de werkvloer is onvermijdelijk. Het is jouw taak om angst nuttig te maken door het voor jou aan het werk te zetten, niet door werknemers te bedreigen, maar door hun vermogen om moedig te zijn op te bouwen.
Door werknemers te helpen hun twijfels en angsten als natuurlijke gebeurtenissen te zien, kunnen ze hun energie weer op het werk richten. Ze kunnen angst gebruiken als brandstof om uitdagende en moedige dingen te doen.
  1. Comfort moduleren.
Als het gaat om loopbaanontwikkeling, kan te veel comfort gevaarlijk zijn. Als manager moet je comfortabele werknemers werkuitdagingen bieden waardoor ze zich ongemakkelijk voelen en gemotiveerd blijven. Tegelijkertijd, als ze te ongemakkelijk worden, moet je ze lang genoeg laten wennen om vertrouwen te krijgen met hun nieuwe vaardigheden.
Stop met het aanwakkeren van de angst
Managers wakkeren soms angst aan om hen te motiveren. Het kost gewoon minder tijd, nadenken en techniek om bevelen te blaffen dan om mensen te motiveren op basis van hun interesse, passie en capaciteiten. Dus managers rechtvaardigen hun gedrag met excuses als: “Ik heb het te druk om mensen te vertroetelen” en “Ik word betaald om resultaten te behalen, niet om aardig te zijn tegen mensen.”
Je kunt de energie van angst gebruiken op een manier die mensen in staat stelt moedige dingen te doen.
Wanneer medewerkers teveel met angst worden geconfronteerd, handelen zij veelal niet in hun eigen voordeel. Als je een bij ziet is hysterisch zwaaien niet de beste manier is om niet gestoken te worden. Angst doet medewerkers soms in hun schulp te kruipen om de negatieve stroom van feedback wordt beperkt. Angst verlaagt het moreel, beschadigt relaties, tast het vertrouwen aan en wekt wrok op. Uiteindelijk verlaagt angst het vertrouwen, de normen en de winst.
Medewerkers die door moed worden geleid, zijn meer betrokken, toegewijd, optimistisch, loyaal en omarmen verandering.
De voordelen van aanmoediging
Aanmoediging kost, net zoals managers die angst opwekken, tijd. Maar het aanmoedigen van werknemers is een tijdsinvestering, geen verspilling ervan. Er zijn betere manieren om angst te gebruiken dan werknemers te bedreigen. Werknemers die door moed worden geleid, zijn meer betrokken, toegewijd, optimistisch, loyaal en omarmen verandering.
Moed gaat werken
Als je moed op de werkvloer brengt, gaat het aan de slag voor het team en je bedrijf. Bovendien vindt er een onmiskenbare transformatie plaats bij jouw mensen die ze nooit zullen vergeten.
Geef iedereen een cadeau dat een leven lang meegaat – iets dat ze professioneel en persoonlijk kunnen gebruiken. Geef ze kostbare en praktische moed en laat ze durven!
Reageer