Toets "Enter" om naar de inhoud te gaan

Auteur: Rob Smits

Een reportage over de oefenmeester in durven.

Durven is lef met voorbedachten rade, een reportage over de oefenmeester in durven, Rob Smits
(klik op de foto als je de video wil zien).
Een reportage over waar het durven voor Rob Smits, oefenmeester in durven, vandaan komt. Een beeld van zijn werk en zijn trainingen, zijn achtergrond en jeugd en zijn passie “koudwaterzwemmen”. En oh ja, Tek, de trainingshond loopt ook door het beeld heen. Gemaakt door Willem Kagenaar van Crafting Films.
Reageer

Boekreview: Merlijn Twaalfhoven “Het is aan ons!”, en ook aan jou….inspiratie voor idealisme.

Een aantal jaar terug werd er bovenop de parkeergarage een basketballveld voor de jeugd en buurt geopend.
Mustapha Ocal van het Dock organiseerde dat en ik mocht moderator zijn en organiseerde een uitwisselingspel.  Daarna zou het Riccioti-ensemble komen. Iets anders dan we gewend waren zei Mustapha.
Dat was ook zo.
Bovenop de parkeergarage waren opeens allerlei musici die in een soort wervelwind iedereen meenamen in die muziek. Je kon eigenlijk niet niet meedoen. Ik gaf me direct op als sponsor.
Recent schreef de altviolist van dit ensemble een boek: “Het is aan ons”.  De titel sprak aan. Juist nu!
Echte verandering is aan ons en niet aan de politiek of het grote geld.
En met “durven” is het ook aan JOU!
Pak de kunst weer terug! Zoek naar waarmee er voorheen een gevoel werd vertaald: rituelen, tradities, dichtbij. Dat vraagt een houding, een “kunstenaars-mindset” volgens Twaalfhoven. Wees open en speels en ook onderzoekend en scheppend. Twaalfhoven denkt dat we met een kunstenaarsmindset een echte verandering kunnen inzetten.
In zijn boek licht de schrijver eerst deze mindset toe. Zijn ervaringen met het Riccioti Ensemble in Nederland en buitenland illustreren zijn ideeen.
Wat kunnen we leren van een “kunstenaars-mindset”?
Een beeld of gebaar kan een trigger zijn waaruit iets nieuws ontstaat: een persoonlijke gewaarwording in dat moment.  Dat gebeurt niet veel. Dat kan wel meer gebeuren als je als levenskunstenaar de focus neemt naar het bieden van een WAARDEvolle ervaring. Dat vraagt wel ruimte en plek volgens Twaalfhoven.
En hoe krijg je dan de aandacht als “vergeten kunstenaar”?
Maak je eigen mindset!
Heb de moed om oude zekerheden los te laten en treedt de wereld open tegemoet. Binnen mijn “durf”-methode is de mindset een deelattribuut om kansen te kunnen pakken.
Oefen in delen, uiten, rouwen en vieren. Juist nu! We moeten steeds meer “navigeren door onzekerheid” zegt Twaalfhoven.
De mindset is een kompas om te navigeren. Helpt om op koers te blijven. Hij bestaat uit: waarnemen, voelen, denken en maken.
Bij het waarnemen ligt nog meer herkenbaarheid ten aanzien van de durf”-methode; aandacht en vertraging! Juist bij durven is reflectie essentieel. Oefenen, oefenen en oefenen in aandacht. Toewijding en focus in wat je doet. Een andere durf-kans is de omarming van magie en schoonheid. Kijk eens om je heen: zie je Kiksvoorniks!  Hoor je vogels, zie je de bloemen (al je zintuigen!) en zie je de passerende mens? Verwonder jezelf weer eens! Nieuwsgierigheid is ook een Deel-Durf-attribuut.
Eigenlijk is durven “onzekerheidsvaardig” worden zoals Twaalfhoven dat benoemt. Hiervoor moet je “Buiten de kaders” denken en doen. Veel kunstplekken zijn juist heel gekaderd. Dus een andere plek die je niet gewend bent helpt om buiten de kaders te komen. De schrijver heeft een project in Zaandam op Hembrug uitgevoerd: met minimale middelen en samen met Zaankanters. Bureau Voor Durf heeft juist ook dit terrein als werkterrein! Bijbind, Magazijn 14 en Lab 44 zijn favoriete werkplekken(zie ook foto’s en docu die binnenkort komt).
Het samenwerken met mensen ziet Twaalfhoven als een rijkdom van vele verhalen. Op het Hem vind ik zelf Museum of Humanity van RubenTimman hier een mooi voorbeeld van.
Twaalfhoven haalt ook Jeffrey Sachs aan een econoom van het Earth Institute aan. Net zoals mijn oude levensgids Bob Van Houten leert hij ons het inzicht dat geld nu teveel het leven stuurt.
En:”Als mensen echt iets willen, als ze het van binnen verlangen,  en als hun gevoel hierbij optimistisch en positief is, zullen ze kunnen veranderen”. Zonder kunstenaars maken we geen duurzaamheidsrevolutie.
En: heb jij idealen? Vast en zeker! En durf je die te uiten? Al lastiger toch? Idealen komen verder als we elkaar verbonden voelen en samen iets verder willen brengen.
Dat missen we nu: collectieve idealen. Hiervoor is toch weer eerst een vertraging nodig. En dat is in deze dynamische wereld nog niet zo makkelijk. Maar als je wil oogsten moet je de zaadjes tijd geven om te wortelen. Twaalfhoven refereert (net zoals ik in mijn onderzoek) aan een 2e weg.  Het durf-systeem in ons brein komt overeen met de stap die hij na-denken benoemt.

Met dit na-denken kun je ruimte scheppen. Het creeren van “mijmerplekken”. Co-trainer Peter Donders vraagt deelnemers vaak bij reflectie te “mijmeren”.  Ikzelf ben meer stimulerend met nieuwsgierigheid om de blik te verruimen. De ruimte wordt verdicht door alle input die we hedentendage steeds meer krijgen. Rutger Bregman schreef daar ook al over in “De meeste mensen deugen”.

Aandachtsvervuiling door alles waar op zouden kunnen focussen…Aandacht is steeds meer vloeibaar geworden. Zo verdund is het volgens  hem. “Als verwondering, vertwijfeling en schoonheid het gevecht onze aandacht verliezen verdwijnt het leven uit het leven.”
Hoe vertragen we dan? Wat is de strategie?
Neem waar,  zie het unieke, wordt nieuwsgierig, stel vragen en ook nog niet makkelijke gevoelens durven toe te laten en deze onderzoeken.
Onderzoek met andere vragen: niet alleen wat, hoe en waarom vragen maar ook; “Wat als”-vragen!
Wat mij echt raakte was het uit de kast komen als idealist: JA! Ik wil ook! Het op een fijne manier uitspreken wat ik ideaal zou vinden; welke wereld wil IK eigenlijk? En met de kunstenaarsmindset kan ik dat bevragen, bespelen en bevoelen.
Twaalfhoven rond het boek af met het deel “maken” . Durven en Doen! Als je iets wil opbouwen moet je ook durven te falen. En als je wil bouwen moet je zorgen voor ene fundament en moet je graven.
Voor mij is dat nu bijna gedaan. De onderbouwing van de Durf-methode staat, nu nog doorbouwen.
In de vertragingstrategie ligt ook de zoektocht naar “Genoeg”. Niet perse naar meer.  En doorzetten door je ideaal te blijven zien: de poolster is er nog steeds ondanks dat het soms bewolkt is.
Afrondend geeft Twaalfhoven ons 5 lessen mee:
  1. Markeer tijd en ruimte: wanneer en waar?
  2. Vind je houvast: het fundament, de leidraad.
  3. Spreek je idealen uit: uitdrukking geven & zichtbaar maken.
  4. Doe het samen: bij wie sluit je aan en hoe deel je?
  5. Vier je voortgang: waar vieren we en welke resultaten en effecten?
En zijn durf-boodschap in zijn laatste hoofdstuk: “Houdt moed!”.
Het boek is te bestellen via; https://merlijntwaalfhoven.com/hetisaanons/
Reageer

Durf-vondst: “Hoe moedig je durf aan? – Courage goes to work – Bill Treasurer”

Stel je voor dat je werkt voor een baas wiens visie zo gewaagd is dat je er helemaal enthousiast van wordt?
Of het werken voor een manager die het maken van fouten waardeert als een natuurlijk en noodzakelijk onderdeel van jouw professionele ontwikkeling.
Ga dan nog een stap verder en stel je voor hoe het hele bedrijf eruit zou kunnen zien als alle managers zouden leiden door moed in hun werknemers te steken.
Het zou een werkplek zijn waar je impliciet kunt vertrouwen op de motieven en bedoelingen van iedereen om je heen. Je zou de onverbloemde waarheid kunnen spreken. Je kunt meer “goede” fouten maken om het bedrijf beter van dienst te zijn.
Bill Treasurer stelt dat die verandering primair alleen van binnenuit mogelijk is. Wat jij ook doet als manager; het werkt alleen bij een intrinsieke motivatie van de medewerker zelf.
Treasurer is naast consultant ook trainer van het US High Diving team. Zij springen van hoge rotsen. De “lead up” is voor de sprong van groot belang. Kijken, telkens een stapje hoger, vertrouwen opbouwen passen 1 op 1 bij mijn durf-methode. Hij stelt de springers de vraag: wat kun je vooraf doen om alsnog wel te kunnen springen?
5 uitgangspunten om te bemoedigen
Er zijn vijf uitgangspunten waarop dit boek is geschreven.
  1. Iedereen heeft het vermogen om moedig te zijn.
  2. Medewerkers presteren beter als ze moedig kunnen zijn op het werk.
  3. Moed is een vaardigheid die je kunt leren.
  4. Activeer moed door handvattten te geven die je voorbereiden op uitdagende situaties.
  5. Het hele personeelsbestand heeft er baat bij als iedereen meer durft.
Activeren van moed
Mensen zullen niet moedig worden alleen maar omdat jij ze dat zegt. Je moet een omgeving creëren die mensen aanmoedigt om uit te breiden en risico’s te nemen.
Durven vraagt gedrag. Gedrag kun je ontwikkelen, bemoedigen, bestendigen en bekrachtigen.
Voordat je durft kun je moed activeren. Treasurer activeert moed naar durven op 3 manieren.
Hij beschrijft dat met een raamwerk van “Buckets”: emmers waar je input uit kunt halen om mensen naar durven te helpen.
De 1e emmer is; “Probeer Moed/Try Courage”. In de praktijk zijn dit de kleine stappen, de eerste pogingen doen, bijvoorbeeld wanneer je iemand nieuwe pionierende taken ziet proberen. Iemand die zich vrijwillig aanmeldt om een ​​moeilijk of riskant project te leiden, toont moed.
De 2e emmer staat voor “Vertrouw op moed/Trust Courage”.
Dit is de moed die nodig is om de controle uit handen te geven en op anderen te vertrouwen. Wanneer managers zeggen dat ze willen dat werknemers bedrijfsveranderingen meer omarmen of richtlijnen enthousiaster opvolgen, is het eigenlijk dat zij willen dat medewerkers meer durven te vertrouwen. Als dat er is, geven mensen elkaar het voordeel van de twijfel, in plaats van de motieven en bedoelingen van degenen om hen heen in twijfel te trekken. Vertrouw op moed gaat niet over het nemen van de leiding, maar over het volgen van de leiding van anderen.
De 3e emmer gaat over “Spreek Moed uit/Tell Courage”
Dit is de moed van het uitspreken en omvat het je uitspreken met oprechtheid en overtuiging, vooral wanneer de geuite meningen indruisen tegen die van de groep. Om hun veiligheid te waarborgen, zijn medewerkers het vaak te veel met elkaar eens en spreken ze zich te weinig uit.
Moed ontwikkelen
De basis om moed te ontwikkelen in een organisatie gebruikt Treasurer een “courage foundation model”. Met dit model kun je moed opbouwen naar echt durven in vier stappen.
  1. Spring eerst.
Waarom zou je in vredesnaam van mensen verwachten dat ze moedig zijn als je zelf slap bent? Voordat je werknemers aanmoedigt om moediger te zijn, moet jij het rolmodel zijn. Als je als eerste springt, kun je uit de eerste hand ervaring opdoen met de uitdagingen die je aan je werknemers vraagt, en het is de beste manier om geloofwaardigheid op te bouwen met jouw directe ondergeschikten.
  1. Creëer veiligheid.
Werknemers spelen op “safe” als het niet veilig is om niet op “safe” te spelen.
  • Om ze dingen te laten durven, moet je daarom vangnetten weven die ze een gevoel van veiligheid geven terwijl ze aan het werk zijn.
  • Geef mensen toestemming om moedig te zijn door een veilige ruimte te bieden om zonder schaamte hun angsten te uiten.
  • Wijs erop dat ze datgene waar ze bang voor zijn vaak al aan het doen zijn.
  • Leg de focus op het van fouten leren- de ‘goede’ fouten – vooral als de lessen die uit die fouten worden getrokken, de doelen van het team bevorderen.
En laat mensen zien dat je ze ondersteunt “no matter what”.
  1. Gebruik angst.
Angst op de werkvloer is onvermijdelijk. Het is jouw taak om angst nuttig te maken door het voor jou aan het werk te zetten, niet door werknemers te bedreigen, maar door hun vermogen om moedig te zijn op te bouwen.
Door werknemers te helpen hun twijfels en angsten als natuurlijke gebeurtenissen te zien, kunnen ze hun energie weer op het werk richten. Ze kunnen angst gebruiken als brandstof om uitdagende en moedige dingen te doen.
  1. Comfort moduleren.
Als het gaat om loopbaanontwikkeling, kan te veel comfort gevaarlijk zijn. Als manager moet je comfortabele werknemers werkuitdagingen bieden waardoor ze zich ongemakkelijk voelen en gemotiveerd blijven. Tegelijkertijd, als ze te ongemakkelijk worden, moet je ze lang genoeg laten wennen om vertrouwen te krijgen met hun nieuwe vaardigheden.
Stop met het aanwakkeren van de angst
Managers wakkeren soms angst aan om hen te motiveren. Het kost gewoon minder tijd, nadenken en techniek om bevelen te blaffen dan om mensen te motiveren op basis van hun interesse, passie en capaciteiten. Dus managers rechtvaardigen hun gedrag met excuses als: “Ik heb het te druk om mensen te vertroetelen” en “Ik word betaald om resultaten te behalen, niet om aardig te zijn tegen mensen.”
Je kunt de energie van angst gebruiken op een manier die mensen in staat stelt moedige dingen te doen.
Wanneer medewerkers teveel met angst worden geconfronteerd, handelen zij veelal niet in hun eigen voordeel. Als je een bij ziet is hysterisch zwaaien niet de beste manier is om niet gestoken te worden. Angst doet medewerkers soms in hun schulp te kruipen om de negatieve stroom van feedback wordt beperkt. Angst verlaagt het moreel, beschadigt relaties, tast het vertrouwen aan en wekt wrok op. Uiteindelijk verlaagt angst het vertrouwen, de normen en de winst.
Medewerkers die door moed worden geleid, zijn meer betrokken, toegewijd, optimistisch, loyaal en omarmen verandering.
De voordelen van aanmoediging
Aanmoediging kost, net zoals managers die angst opwekken, tijd. Maar het aanmoedigen van werknemers is een tijdsinvestering, geen verspilling ervan. Er zijn betere manieren om angst te gebruiken dan werknemers te bedreigen. Werknemers die door moed worden geleid, zijn meer betrokken, toegewijd, optimistisch, loyaal en omarmen verandering.
Moed gaat werken
Als je moed op de werkvloer brengt, gaat het aan de slag voor het team en je bedrijf. Bovendien vindt er een onmiskenbare transformatie plaats bij jouw mensen die ze nooit zullen vergeten.
Geef iedereen een cadeau dat een leven lang meegaat – iets dat ze professioneel en persoonlijk kunnen gebruiken. Geef ze kostbare en praktische moed en laat ze durven!
Reageer

Heb je vlinders of ballen in je buik? Boekreview: “Get your Guts – je instinct als kompas”van Drs. Hilde A.J. Bolt

  • Doe jij het in je broek van het lachen?
  • Ben je soms misselijk van angst,
  • Slik je teleurstellingen weg?
  • Buikpuin van de stress?
  • Heb je een nederlaag te verteren?
  • Of heb je vlinders of ballen in je buik?
We voelen aan het gevoel in onze buik gedeeltelijk hoe het gaat. Darmen en hersenen werken vanaf de geboorte nauw samen.
De auteur Hilde A.J. Bolt noemt dit gevoel in onze buik “guts”. Zij beschrijft in dit boek “Get your Guts – je instinct als kompas” haar eigen visie en de weg die zij heeft afgelegd als vrouw, echtgenote en (stief)moeder, psycholoog-psychotherapeut, coach, trainer en traumadeskundige.
In mijn thesis is de “guts” gerelateerd aan lef. Lef komt voort uit hetzelfde “ballen in de buik”-gevoel en is essentieel om te durven.
Durven is lef met voorbedachten rade.

Het onderbuikgevoel komt juist op bij ethische uitdagingen. Er is dan een koppeling tussen intuïtie en de spontaniteit van onze ‘darmimpuls’. De adrenaline gaat omhoog, de hartslag gaat sneller, bloedvaten vernauwen zodat we minder bloed verliezen in een gevecht. Onze bloeddruk gaat omhoog en het denken gaat offline.
Dus moest ik dat boek hebben en lezen. Op zoek naar wat ik herken maar ook nieuwe inzichten. Bolt bracht daarnaast ook “Guts, in tijden van corona en erna” uit. Ook maar gelijk gelezen.
Iemand met Guts is een persoon met lef, met ballen volgens Bolt. Zij voegt aan de bovenstaande beschrijving verder toe dat de signalen uit het buikgebied een instrument zijn, een kompas van waaruit je kunt leven. Dit levert dan de kracht (Guts) op die je nodig hebt om hiernaar te handelen.
Wat neem ik mee uit dit boek?
Een herkenning bij de “Illusions of control”. Waar hebben we echt controle op?
En hoeveel tijd besteed je aan die illusie?
In de vorige review van “Goedemorgen” van Charles Ruiters kwam dit thema ook langs bij de denkkaders.
Je kunt ontkomen aan de illusie door ruimte te creëren en de keuze vrijheid te zien die je altijd hebt.
” Je kunt veelal niet kiezen wat er op je weg komt wel hoe je ermee omgaat.’
Denkkaders en illusies zijn zijn als lucht, ze kunnen ook zo weer weg zijn. Geef je die gedachten aandacht dan zullen ze groeien. Ze leiden ons af waar het werkelijk om gaat!
Door de gedachten worden zaken juist moeilijker. En de vraag is dan: Durf jij eenvoudig, simpel en goed te zijn?
“We leven als mens in een groot toneelstuk.”
Bolt geeft aan dat wij (zeker in de westerse wereld) zo graag willen begrijpen en dat we verleren om te voelen, stappen te nemen, dingen aan te gaan, regie te pakken en verantwoordelijkheid te nemen.
In mijn praktijk komt er in gesprekken altijd een moment dat klanten zichzelf en anderen niet meer kunnen begrijpen. Dan stopt het kunnen begrijpen. Dan is het wat het is. Begrijpen start in je hoofd. En je hoofd kan veel: gebruik je hele hoofd! Wees zowel een wetenschapper als de kunstenaar; het is er allemaal in optima forma! Je kunt dan ook eerlijk zijn naar jezelf. Eerlijkheid naar jezelf is een ingang naar ontwikkeling.
Een mooie metafoor vond ik:
“Verlichting: Zet het licht aan en heb durf om jezelf onder  te zien”
En:
“Verwarm je met je eigen licht en maak het lichter door lichter te leven maak het niet te zwaar”
Bolt propageert meer het vrij-denken. Eens een andere gedachte toelaten kan een begin zijn van iets nieuws. En probeer het gewoon. Dan heb je het in elk geval geprobeerd. Je hebt lef gehad om risico te nemen en op je bek te gaan en waarschijnlijk heb je er dan veel van geleerd.
Wanneer je werkelijk wil veranderen zul je stappen moeten zetten die je nog niet eerder heb gezet op een onbekende weg. Dat kan wennen zijn voor je systeem. Je systeem wordt ontregeld door elke stap die onbekend is.  In elk moment zit een keuze om door te gaan.
En andersom als je vast zit, ligt de feitelijke verantwoordelijkheid van de interne herhaling bij jezelf en niet bij je ouders. Daar kun je dus ook kiezen. Dat vraagt durf. En anderzijds ook mildheid voor jezelf, je onwetendheid, onmacht, weerstand, missers en onhandigheid, stelt Bolte.
“Om echt ja te kunnen zeggen moet je de innerlijke nee helemaal kunnen doorvoelen.”
Dit herken ik bij het koudwaterzwemmen. En ik heb nu juist het kijken toegevoegd in mijn aanpak voor nieuwe koudwaterzwemmers. Kijken helpt bij de geruststelling van het brein. En het trillen is een ontlading van het lichaam. Het zorgt ervoor dat stresshormonen zo snel mogelijk het lichaam verlaten.
Bolt beschrijft naast instinct en het hoofd het hart. Dit had ik in mijn onderzoek niet apart gedefinieerd. Het hart staat voor gevoel. Gevoelens zijn vaak subtieler en genuanceerder van aard dan primaire emoties
Dit leverde mij een mooie oefening op in het omgaan met angst: wat je ook ervaart aan emoties of gevoelens train je zelf JA er tegen te zeggen. Leg je hand op je buik en op je hart en oefen oefen oefen!
Het maakt het niet groter of kleiner maar laat het zijn wat het is.
Context en waarden beïnvloeden het durven. In onze cultuur hebben we geen rituelen om onze natuurlijke agressie een constructieve vorm geven om te ontladen. In de Haka wordt de natuurlijke agressie een bron van kracht. Vorig jaar gebruikte ik de Haka juist ook hiervoor. Een organisatie was bezig met het hervinden van de kracht. De Haka maakte deze los.
Get your Guts is een boek voor mensen die zelf guts willen ontwikkelen, maar ook een boek dat iedere therapeut, coach of hulpverlener gelezen moet hebben.
Wil je het boek ook lezen?
Bestel dan via:
Reageer

Boek review: “Wat gaat jouw dag bijzonder maken?” van Charles Ruiters.

“Wat gaat jouw dag bijzonder maken?”
Dat is een spannende vraag toch? Of laat je je leiden door de “mindfucks” van jouw ego? En geven die “mindfucks” jou wellicht de volgende gedachten:
  • “OMG snappen ze er echt niets van?”
  • “Mega-irritante eikel, zeg!”
  • “Okeeeeee, ik pas me wel weer aan…..”
  • “Morgen pak ik ze terug!”

Of zou je juist eens meer:

  • bewuster willen leven;
  • zaken kunnen loslaten;
  • meer open willen te zijn?
In het boek beschrijft Ruiters hoe je kunt leven vanuit bewust gekozen denkkaders (context) met een open en nieuwsgierige houding. Zonder dat je je leven laat leiden door jouw onderbewustzijn.
Wat mij aansprak is het begrip “denkkader”.
Het is de praktische kernachtige woordkeuze die in mijn werk goed bruikbaar is. De term ego spreekt minder tot de verbeelding voor mensen. En juist dat denkkader is een terugkerend thema. In het  boek en ook bij durven. Vanuit welk perspectief kijk je en welke percepties zie je dan?
Keuzes worden veelal bepaalt (bepaald met een d) door dat denkkader. Met het een denkkader te noemen geeft het de potentiële “durver” een handvat: een kader kun je zelf maken en je kunt anders denken.
Ruiters gaat uit van liefdevol communiceren.
Dat lijkt soft maar hij spreekt juist over de verantwoordelijkheid om te benoemen van wat je ervaart: emoties, angsten, onzekerheid, frustratie.
Hij neemt je mee in zijn persoonlijke ervaringen en zorgt dat je ze naar je eigen situatie kunt vertalen. Zoals bijvoorbeeld dat je kunt erkennen wat er is en vervolgens kiest hoe jij naar de toekomst wil kijken.
Daar zit ook hetgeen jezelf kunt creëren. Dit vraagt durf, acceptatie, daadwerkelijk ervaren en buiten de gebaande paden gaan.
Een andere behulpzaam begrip is “beschikbaarheid”.
Dit is een bewuste keuze om er te zijn voor de ander;. Ruiters voorbeelden raakten mij omdat ik ze zo 1 op 1 herkende in bijvoorbeeld de opvoeding van mijn kinderen. Echt beschikbaar is dat de ander alles mag alles zeggen en jij het kunt dragen. Je maakt het contact met de ander belangrijker dan je ego.
Afsluitend geeft Ruiters je mee dat je zelf de vraag kunt stellen waar je op lange termijn naar toe zou willen en wat je in die tocht wenst bij te dragen. Kies dan een kleine stap die je bijvoorbeeld vandaag al zou kunnen doen en houdt focus door je niet door je ego te laten sturen. En juist die kleine stappen zorgen voor beweging om bijvoorbeeld te durven en zijn dan ook waar te maken.
En wat je dan bereikt: ‘omarm dat’.
Juist bij durven is het bewust zoeken van een balans op een wipwap tussen instinct en reflectie essentieel. Ruiters voegt in dit zoeken ook het ‘zoeken en vinden van verbinding” toe. Juist het onbewust handelen zorgt voor projectie van verwachtingen op de ander.
Ruiters geeft in zijn boek zijn eigen ervaringen weer en koppelt deze aan kennis en tools.
Als Oefenmeester in Durven kreeg ik herkenbare onderwerpen voorgeschoteld met vaak een net andere “Charles”-touch. Dat maakt het een inhoudelijk goed boek en ook fijn om te lezen.
Het boek is te bestellen via https://www.charlesruiters.com/boek/
Reageer

Durf te doen; een interview van Melanie Okkerse

Melanie Okkerse is een studente die voor haar opleiding iemand moest interviewen over zijn of haar dromen. En de vraag stellen of deze ook waargemaakt zijn. Bij deze het interview. Het geeft een mooie blik over mijn achtergrond vertaalt naar het nu.

 

Door gewoon te doen en te durven woont Rob Smits nu in een groter huis dan hij had gedacht. “Het idee was om in de buurt waar je woont te blijven wonen want verder kwamen we niet”. Rob Smits (58) uit Amsterdam-Noord heeft zijn eigen bedrijf: Bureau voor Durf.

 

Hoe was jij als 18-jarige?

“In 1980 was ik 18 en ik zat toen in 4 of 5 VWO. Ik was een vervelende jongen en werd veel de klas uitgestuurd. Daarnaast was ik heel actief in het jongerencentrum in Amsterdam-Noord als DJ. Ik had namelijk een eigen bedrijf in de discotheek: Funky Junkie.”

 

Wat waren jouw dromen destijds? Wat wilde je worden?

“Ik droomde niet zo zeer. Maar ik keek wel naar mensen op die een eigen bedrijf hadden of bedrijfsleider waren. Ik wilde wel graag eigen baas worden, maar ik dacht dat ik dat niet kon. Ik dacht namelijk dat je daar veel geld voor nodig had wat eigenlijk niet waar is.”

 

Hoe dacht je dat je leven eruit zou zien?

“Destijds was mijn beeld anders. Ik dacht dat het huisje, boompje, beestje ging zijn in de buurt waar ik woonde, in Floradorp. Ik wist wel dat ik wilde werken en niet wilde gaan studeren. Ik wilde echt geld gaan verdienen.”

 

Zijn jouw dromen en toekomstverwachtingen uitgekomen?

“Het is heel anders. Ik heb nu wel een eigen bedrijf, en het gaat steeds meer de kant op hoe ik het wil. Ik had alleen nooit gedacht dat ik in een huis als dit zou gaan wonen. Ik dacht namelijk dat ik in een veel kleiner huis zou gaan wonen in het buurtje waar ik ben opgegroeid. Het idee was namelijk om in de buurt waar je woont te blijven wonen want verder kwamen we niet. Er zijn ook heel veel mensen die ik van vroeger ken die daar nog wonen.”

 

Hoe ben je gekomen waar je nu staat, met je eigen bedrijf?

“Naast mijn vwo-school had ik een bijbaantje. Toen ik van school af ging heb ik een beroepskeuzetest gedaan en daar kwam uit dat leraar-basisonderwijs bij mij zou passen. Dat ben ik gaan doen, alleen ben ik daar veel te losbollig voor. Dus mijn opleiding zei jammer genoeg dat ik weg moest. Destijds moesten we ook in militaire dienst, alleen daar had ik geen zin in. Daarom ben ik gaan werken, want je kreeg dan uitstel.

Na een tijdje ben ik toch in militaire dienst gegaan. In deze diensttijd heb ik een aantal diploma’s gehaald, waaronder het boekhouddiploma. Toen mijn dienst was afgerond ben ik gaan solliciteren als boekhouder bij een accountantskantoor. Ik vond het alleen veel leuker om onder de mensen te zijn, dus toen ben ik gaan solliciteren bij een ROC (toen: vormingsinstituut) als administratief medewerker. Bij dit werk heb ik steeds meer leerlingen begeleid. Uiteindelijk ben ik begonnen als groepsbegeleider bij een internaat voor moeilijk opvoedbare jongeren. Ik was hier eigenlijk veel te jong voor, want er gebeurde heel veel heftige dingen.

Ik ben daarna vluchtelingenwerk gaan doen als woonbegeleider van asielzoekers. Na een paar jaar vluchtelingenwerk ben ik bij het UWV (toen: arbeidsvoorzieningen) gaan werken. Ik groeide door naar UWV voor jongeren die met Justitie in aanraking waren gekomen. Hier heb ik een eigen training-methode gemaakt en had ik mijn eerste leidinggevende baan waar ik 12 mensen aanstuurde. Na deze baan werd het mij iets te veel en ben ik bij een trainingsbureau gaan werken. Uiteindelijk ben ik bij InHolland gaan werken als trainer en daar groeide ik door naar opleidingscoördinator.

Toen ik in 2012 echt voor mezelf wilde beginnen, ging dit niet door want een oud-collega van de Universiteit vroeg of ik daar parttime trainer wilde worden voor het personeel. Ook weer een leidinggevende functie. In 2016 was ik er klaar mee en ben ik echt voor mezelf begonnen met het geven van trainingen.”

 

Als je nu aan je 18-jarige zelf moet vertellen dat je hier staat, geloof je jezelf dan?

“Wel in de zin van: als je iets wilt, moet je het gewoon doen. Op zaterdagavond draaiden een vriend en ik in het jongerencentrum. En op een gegeven moment bedachten wij dat we er wel geld mee konden verdienen. Toen hebben we speakers gekocht zodat we overal konden draaien. Dus ik wist wel als je het gewoon doet en durft dan kan het gewoon.”

Wil je nog verder groeien?

“Jawel ik wil wel echt verder komen, een volgende stap met mijn bureau. Het lijkt me namelijk erg tof om elke week op een vaste locatie een training te geven. Of dat ik een heel weekend een durf-training ga geven. Dat particuliere groepen of mensen zich daarvoor gaan inschrijven in plaats van alleen maar bedrijven.”

 

 

 

4 Comments

Kies voor lef, niet voor lief, 5 Tips van Otegha Uwagba

De Britse Otegha Uwagba richtte een onlinenetwerk op voor werkende vrouwen, en schreef een boek vol adviezen. Hoe maak je het nu echt als vrouw? ´Stop met proberen het anderen naar de zin te maken.´…

1. Weet wat je waard bent

Het schijnbare taboe op salaris als gespreksonderwerp werkt niet in je voordeel. Het is allereerst belangrijk dat taboe te doorbreken. Leg een aanbod voor aan vrienden en vraag of zij denken dat het genoeg is. En als je weet dat iemand een vergelijkbare klus heeft gedaan, vraag dan wat hij of zij ervoor kreeg. Wees vervolgens niet bang meer te vragen­ dan er wordt geboden.’ Op dit gebied moet je dus wat tact ontwikkelen. Doe je huiswerk, repeteer desnoods van tevoren je onderhandeling en houd het professioneel: noem je bedrag als zakelijk voorstel, niet als een persoonlijke wens of behoefte. En dan: zwijg. Onderdruk de drang de stilte vol te wauwelen met argumenten. Als jij je zegje hebt gedaan, is het de beurt aan de ander.

2. Vermijd de aanval

‘Helaas is het niet bijster productief je baas te vertellen dat hij een ***** is. Sommige mensen hebben nogal de neiging defensief te reageren. In een professionele omgeving zul je een andere, subtielere manier moeten vinden om met ***** om te gaan.’’

3. Wees jezelf

‘Daar heb ik zelf veel mee geworsteld. Het idee dat ik me moest inhouden, mijn mening voor me diende te houden, dat mijn ideeën niet goed genoeg waren om op tafel te leggen. Vrouwen worden geacht lief en aardig te zijn, en als ze in een leidinggevende positie een fout maken, worden ze er dubbel op afgerekend. Wees je er bewust van dat je die verwachtingen niet overneemt.’

‘Toon lef, spreek je uit, neem risico’s, durf fouten te maken. Je maakt jezelf onnodig klein wanneer je constant bezig bent het anderen naar de zin te maken – niet iedereen kan je aardig vinden.’

4. Draag een uniform

‘Zeker bij vrouwen is het kiezen van de juiste outfit belangrijk. Wij worden nu eenmaal nog meer dan mannen beoordeeld op uiterlijk, en mensen schatten je professionaliteit mede in op basis van wat je draagt. Dus bedenk wat je wilt uitstralen.’

‘Als ik naar een meeting ga, let ik erop dat ik geen laag decolleté heb en dat mijn kleding niet al te strak zit. Ook als ik met alleen vrouwen afspreek. Je kleren tonen wat je intenties zijn en wat je in je mars hebt, houd daar rekening mee. Creëer liefst een werkuni- form, elke dag min of meer het-zelfde, dan hoef je ’s ochtends ook geen kostbare tijd te verspillen aan de vraag wat je aan moet trekken.’

5. Neem vrouwen aan

‘Deze is speciaal voor mannen in een leidinggevende positie: neem meer vrouwen aan. Het is tijd dat bedrijven water bij de wijn doen, en daadwerkelijk zorgen voor meer diversiteit.’

Reageer

Durven Op De Tijdlijn: Koers & Sturen

Het leven lijkt een lineaire ontwikkeling in de tijd. Wat eerder gebeurt, heeft een oorzakelijk verband met wat later plaatsvindt. In die zin wordt ons leven vanuit het verleden geleid. Door wat we in onze jeugd meemaken ontstaan patronen, die in het verdere leven zichtbaar blijven.

Je kunt besluiten te leren met een aantal zaken anders om te gaan. Maar die verandering is ook een gevolg van de problemen uit jouw eigen verleden. En hoe jij geleerd hebt daarmee om te gaan. Volgens deze lijn van verleden naar toekomst vormen we onze persoonlijkheid.

Hoe groter de tijdspanne is die je kunt omvatten met je vermogen terug en vooruit te blikken om tendenties geordend te overzien en te vermoeden, hoe meer je koers zich aan je kenbaar kan maken en bewust richtsnoer voor je handelen kan zijn.

Het begrip koers is direct verbonden met sturen. Je kunt pas sturen wanneer je enig idee hebt in welke richting je wilt gaan, waar je vandaan komt en wat de bepalende factoren onderweg zijn.

Hoe meer en hoe verder je terugkijkt op wat achter je ligt, hoe meer het geheim van je koers zich aan je openbaart en hoe bewuster je kunt sturen.

Tijdlijn ofwel levenslijn

Een tijdlijn, ook wel levenslijn genoemd is een ruimtelijke voorstelling van hoe iemand zijn algemene relatie tot tijd organiseert en begrijpt. De persoonlijke tijdlijn of levenslijn omvat de weergave van tijd in de hersenen. Slechts door de weergave van tijd hebben wij een verleden, heden en toekomst. Tijd wordt dus op een bepaalde manier door onze hersenen gerepresenteerd. Al onze ervaringen, beelden, geluiden en gevoelens slaan wij op door middel van onze zintuigen en onze hersenen rangschikken deze ervaringen in tijd en ruimte met behulp van de submodaliteiten. We coderen dus onze ervaringen en rangschikken deze op een bepaalde manier en zo coderen wij tijd. Als wij tijd niet zouden kunnen ordenen zouden we ernstig in de knoei raken. Tijdbewustzijn maakt leren en plannen mogelijk.

Tijdsbeleving en de invloed van je tijdslijn op je leven

Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke manier om tijd te coderen. Daardoor kunnen we (onbewust) dingen herkennen uit ons persoonlijke verleden, heden of toekomst. Tijd is bovendien een heel relatief begrip. Soms ervaart de ene persoon iets als lang en de ander hetzelfde als kort. Ook in jezelf heb je vast wel de ervaring dat soms de uren voorbij lijken te vliegen en soms dat seconden eindeloos duren. Dat heeft te maken met de manier waarop wij tijd beleven. Men heeft ontdekt dat de manier waarop wij tijd coderen een geweldige invloed heeft op wie we zijn en hoe we ons gedragen, op onze motivatie, zelfvertrouwen en emoties. Ben je bijvoorbeeld meer gericht op het verleden of meer op het heden of de toekomst? Dan heeft dit invloed op hoe je de wereld bekijkt en hoe je gemotiveerd wordt. Heb je een hele korte toekomstlijn omdat je bijvoorbeeld hebt besloten niet langer te leven dan je ouders of is het verleden heel vaag omdat je graag dingen wilt vergeten. Als iemand geen toekomstlijn heeft, hetzij omdat deze geblokkeerd is of is samengevloeid met de verleden-tijdlijn dan zou het kunnen dat iemand gedeprimeerd of zelfdestructief is, te weinig motivatie heeft of onmogelijk een toekomst kan plannen of zijn werk organiseren en succesvol zijn of het gevoel heeft continu in kringetjes rond te lopen. Vaak is het veranderen van de manier waarop je tijd codeert de oplossing van moeilijkheden, maakt het bepaalde taken gemakkelijker of maakt het het gewenste verlangen meer acceptabel.

Werken met tijdlijnen

Om te werken met je tijdlijn, kun je deze op de grond uitleggen of je kunt een tijdlijn visualiseren in de ruimte. Het doel van werken met tijdlijnen:

  • We kunnen hierdoor gebeurtenissen die zich binnen ons leven afspelen, beter leren begrijpen en beheersen
  • Je kunt beperkingen van je huidige tijdlijn aanpakken
  • Je kunt het verleden en de toekomst veranderen

Bron: Boek: Let’s get this straight, Julie Sullivan

Reageer